Internaat
SISWA TAMA

Levensverhalen van oud leerlingen 


Rudi (Moek) Samiran

Ondanks de Froweinsschool MULO, Handelsschool en het Praktijk diploma Boekhouden, kwam ik in Nederland in een fabriek terecht.  Na twee jaar fabriekswerk reageerde ik op een sollicitatie oproep van de gemeente Hoogezand-Sappemeer afdeling Welzijnszaken.

Waarom eerst in een fabriek vraag je af . Na mijn schoolperiode heb ik in Suriname gewerkt voor Fatum verzekeringen een filiaal van de Nationale Nederlanden.

In Februari1979 kwam ik in Nederland terecht en was door kennissen in Hoogezand-Sappemeer opgevangen. Ik kon voor de Nationale Nederlanden blijven werken en kiezen tussen het hoofdkantoor in Den Haag en Rotterdam. In beide steden heb ik mij georiënteerd, maar kon mij niet aarden. Het kwam waarschijnlijk door mijn achtergrond als dorpsjongen, en ik de steden als de “grote  boze Wolven “ zag.

 

Ik heb gekozen voor het rustige, groene Hoogezand – Sappemeer, maar kwam helaas als boekhouder niet aan de bak. Wachten op het arbeidsbureau tot er iets kwam en wekelijks mijn handen openhouden voor de sociale dienst was niks voor mij. Dus heb ik gekozen voor het “zware” fabriek arbeid. In mijn fabrieksperiode heb ik  mij ook verder geschoold in het computer boekhouden en een cursus marketing gevolgd. Twee cursussen naast de ploegendienst was zwaar, maar ik was niet van plan om tot in lengte van dagen in een fabriek te werken. De cursussen heb ik afgemaakt en ging toen weer solliciteren. Het toeval wil dat de gemeente Hoogezand –Sappemeer afdeling welzijnzaken toen een sollicitatie oproep deed en op zoek was naar gegadigden om een ontmoetingsgebouw voor Surinamers en Antillianen te leiden. Naast organisatorisch-  was financieel inzicht ook een must. Ik werd aangenomen. Naast de exploitatie van het ontmoetingsgebouw, moest ik de Surinaamse stichtingen en verenigingen begeleiden met subsidie aanvragen en afrekeningen.

 

Terwijl andere Surinaamse groepen reeds georganiseerd waren, was de Javaanse groep dat nog niet. Dit was de ommekeer in mijn leven en ging ik mij in mijn vrije tijd voor de Javaanse gemeenschap in Hoogezand-Sappemeer inzetten. Ik heb een groep kaders kunnen vormen en hen gestimuleerd en ondersteund in hun werk voor de Javaanse groep.

 

Ook de vergrijzing deed zijn intrede bij de Javanen. Maar werd er geen gebruik gemaakt  van de gemeentelijke voorzieningen die er voor de ouderen aanwezig zijn. De oudere Javanen dreigden in een isolatie te geraken.De gemeente en andere dienstverlenende instellingen konden er met dit probleem niet mee om. Ik zag dat met lede ogen aan en voelde mij niet meer gelukkig in mijn werk. In mijn werkoverleg vroeg ik steeds aandacht voor dit probleem Zo vaak totdat ik zelf gevraagd werd de taak op mij te nemen. Zonder een diploma op welzijnsgebied heb ik de uitdaging aangenomen en mijn financiële vak ingeruild voor de dienstverlening naar de Javaanse ouderen.

 

Ik heb mij na 6 maanden laten omscholen, eerst tot Sociale Dienstverlener (Mbo) en daarna tot Algemeen Maatschappelijk Werk ( Hbo). Ik ben nu ouderenadviseur en niet  meer alleen voor de Javaanse ouderen maar voor alle ouderen van de gemeente Hoogezand-Sappemeer.

Ik voelde mij prima in het werk en de voldoening die het mij gaf is soms onbeschrijfelijk.

 

En als je mij vraagt waar dit ommekeer vandaan kwam, dan is mijn antwoord :

Siswa Tama de periode waar ik heb geleerd lief en leed met elkaar te delen.

 
                  
Hariëtte Mingoen

Mijn levensverhaal na Siswa Tama 
Ik kwam in 1967 naar Siswa Tama en zwaaide af in juli 1973, nadat ik mijn Atheneum diploma had behaald aan het Miranda Lyceum. Ik vertrok in dat zelfde jaar naar Nederland en begon mijn studie aan de faculteit Sociale Wetenschappen, Rijksuniversiteit Leiden. Leiden is een mooie, historische stad, waar ik nog steeds met plezier naar toe ga. Ik kon in het eerste jaar nog alle kanten uit, maar wist al gauw vrijwel zeker dat ik de niet-westerse kant van deze studie verkoos. Na mijn ‘propjes’ koos ik definitief voor Niet-Westerse Sociologie,  ook wel bekend als ‘Ontwikkelingssociologie’ en studeerde in 1980 af.

Door de politieke situatie in Suriname zag ik af van mijn voornemens om terug te gaan naar Suriname. In plaats daarvan deden wij (mijn man en ik) een gooi om in aanmerking te komen voor uitzending in het kader van het uitzendprogramma voor jonge academici van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa). Ik was inmiddels getrouwd. Mijn man, Soehirman Patmo, heb ik ontmoet in Leiden, op dezelfde faculteit, waar hij Culturele Antropologie en Niet Westerse Sociologie studeerde. Het lukte ons om in 1981 als echtpaar voor BuZa uit te gaan, nota bene het eerste echtpaar. Mijn collega Paul le Coultre glundert nog steeds als hij me ziet, want hij voelt het als zijn verdienste dat het gelukt was om het beleid in dat opzicht te veranderen. Daarmee werd immers ook voor andere echtparen de weg geopend. Wij kozen voor een multilaterale uitzending, dat wil zeggen een plaatsing bij de Verenigde Naties en wij kwamen terecht bij de International Labour Organization (ILO). In totaal werkten wij 5 jaar bij deze organisatie, eerst in Thailand (2jaar) en daarna Indonesië (3 jaar). Na deze 5 jaar kozen wij ervoor om terug te keren naar Nederland, hoewel ik een aanbod kreeg om in Indonesië als  bilateraal deskundige in een door Nederland gefinancierd project verder te gaan. Inmiddels was bij ons sprake van gezinsuitbreiding en wij kozen voor zekerheid en vastigheid. Mijn kinderen (twee jongens, nu 19 en 15) zijn daar enigszins sceptisch over, vooral in deze tijd. Vaak stellen zij mij de vraag: ‘Mam, is dit de zekerheid waar jij dacht op terug te kunnen vallen?’, daarbij doelend op de ontwikkelingen in het sociale en politieke klimaat in Nederland.

Ik kwam na terugkeer in Nederland terecht bij Buitenlandse Zaken waar ik nog steeds werkzaam ben. Het is een fijn Ministerie waar ik afwisselend ervaring heb opgedaan op een aantal terreinen van de buitenlandse politiek en ontwikkelingssamenwerking.

Wat ik mis bij BuZa is het ‘echte veldwerk’, zoals in de ILO periode, en daarom ben ik blij met mijn vrijwilligerswerk bij Stichting Rukun Budi Utama, waar ik aan concrete projecten werk, vooral voor ouderen. Nu mijn kinderen al groot zijn, doet zich de mogelijkheid voor om het ‘kriebelgevoel’ om het veld weer in te gaan ruim baan te geven en ik hoop dat ik mijn carriere bij BuZa kan afsluiten met een of twee plaatsingen op een ambassade.

Omdat ik dit verhaal schrijf voor de website van Siswa Tama is het relevant om te vermelden dat ik sinds 1999 in het bestuur zit van het Zeister Zendingsgenootschap (in 2002, ben ik voorzitter geworden), een samenwerkingspartner van de EBG Suriname en een belangrijke medefinancier van Siswa Tama en de andere internaten en kindertehuizen van de EBGS.     

 


Rudi Slamet Bosari

Na de graaf von  Zinzendorfschool heb ik een half jaar niets anders gedaan dan luieren en zwerven. Ik vond toen werk als ober in nachtclub Numero Uno vlak bij Theater Tower. Hotel Torarica was daar de eigenaar van en had enkel de elite toegang.

Daarna ben ik bij de LTT (’s lands Telegraaf en Telefoondienst) als Telexist werkzaam.
In 25 november 1975 was ik bij  de onafhankelijkheid belast met een aantal buitenlandse journalisten en kon dus niet meefeesten.


Vlak daarna werd ik beheerder van het districtkantoor in bauxietstadje Moengo.

Het was een leuke ervaring met oud bekenden van Siswa Tama en niet te vergeten het Javaans dorpje Santèn. Hier heb ik de javaanse cultuur meegemaakt en het was zeker een leerrijke ervaring.

In februari 1978 kwamen Alice en ik naar Holland. Bij de Draka Kabel vond ik mijn eer baan. Ik was belast met de export van kabels naar voornamelijk Saoedi Arabë en Indonesië.

In 1979 kwam ik terecht bij de Sociale Verzekeringsbank waar ik tot nu toe zit.

Ik zat op de afdeling verzekeringen, AOW en momenteel bij de Stichting FVP

(Fonds Voorheffing Pensioenverzekering), geadministreerd door de SVB.

Afgelopen April heb ik mijn jubileum gevierd.


Ik heb als hobby: vogels, vissen, tuinieren, masseren(pidjet), lezen,dichten, e-mailen met soulmate in Indonesié en zeker onze eigen website. O ja niet te vergeten, de huishouding.

Ik hoop dat de vut blijft bestaan, zodat ik over 5 jaren in een warm land kan gaan leven. 


Paul Mangoenkarso

 

Het levensverhaal van Paidjo is op verzoek van betrokkene verwijderd omdat zijn kinderen problemen hebben dat zijn levensverhaal online is te lezen.

Jammerrrrrrr!Inleiding

In dit stuk probeer ik het verloop van mijn leven te beschrijven en het digitaal aan het net toe te vertrouwen. Internaat Siswa Tama vormde daarin een klein maar belangrijk onderdeel. Deze bijdrage dient mijn inziens tweeërlei doelen. Ten eerste beantwoordt het aan de oproep van de webmaster de heer Jakiem. Ten tweede kan deze korte levensbeschrijving later (na een eeuw misschien) als een digitale informatiebron dienen voor geschiedschrijvers (misschien ook voor onze putus=kleinkinderen) die interesse hebben voor de geschiedenis van de Javanen in het algemeen of in de diaspora. Ik hoop ook dat veel Siswa Tama gangers de oproep van de heer Jakiem zullen volgen. Veel leesplezier zou ik zeggen!

 

Kampong Baroe

In mijn jeugdjaren groeide ik op in een kampong in Suriname. Het leven in een kampong was gebaseerd op gotong rojong principe. Dit betekent voor de bewoners het elkaar de helpende hand bieden om het leven in een ver land (in de beleving van de arbeidscontractanten mijn ouders en voorouder) het hoofd boven water te houden. Het gotong royong principe in combinatie met de sambattan is een heel krachtig principe die noden van dorpelingen snel helpt oplossen. Eigenlijk is het, in de westerse termen, een soort coöperatieve aanpak voor het oplossen van problemen (of het nu om feest, overlijden of een huis bouwen gaat). Bijvoorbeeld ons huis was min of meer in één dag in opgebouwd. De organisator moet slechts voor eten en drinken zorgen. De kampong heet Kampong-Baroe en is gesticht rond 1927. Het ligt in het district Saramacca ongeveer 30 km van Paramaribo verwijderd. Desa Kampong-Baroe omvat een agglomeratie van verschillende deel kampongs waaronder, Kampong-Baroe als hoofd desa, Kampong-Djumal (incl.Plantage Gravenstijn), Kampong-Ketjil en Kampong-Rewel (incl. Plantage La Poule). In kampong Baroe zetelt ook het dagelijkse dorpsbestuur. Een dergelijk dorpsbestuur bestaat uit de Lura (hoofd van het dorpsbestuur), Tjarik (secretaris) en gebajan, dat zijn de lagere ambten. Vermeldenswaard is dat de vader en de opa van Soekimin (oud Siswa Tama) in het dorp één van de ambten bekleedden. Ook de Javanen die op de plaatsen Gravenstein en La poule wonen behoorden bij de Kampong-Baroe agglomeratie. In deze kampongs woonden veel Javanen die van oorsprong uit Oost-Indië vandaan kwamen en ook de nazaten. Veel van de daar woonachtige Javanen bezaten de Indonesische nationaliteit. Ook mijn ouders. Mijn vader zong voor ik naar bed ging het lied Semut Inreng.

 

Arm

Velen van de dorpelingen waren heel arm. In veel gevallen waren de geraamte van huizen van boomstammen gemaakt, de muren (gedek) van plupoh(boomstam van een pinaboom) of kepang(gevlochten van een palisade boom/bamban in het Javaans) kipang pring (gevlochten bamboe) voor het exterieur. De kepang wordt soms versierd (wiskundige vormen ontstaan door vlechtmethode) meestal gebruikt voor het afscheiden van het interieur. Het dak werd bedekt met gevlochten pina (nam2x an pina) bladeren. Het bed was ook gemaakt van plupoh , rondhout en soms van houten planken. Op het bed werd klossoh (geweven waterriet) gespreid. Matras (niet altijd) en kussen werden zelf gemaakt. Soms hebben de mensen geen matras. De vulling van het matras en het kussen wordt gemaakt van een uitgebloeide bloesem van wilde (kapok)plant of van een gedroogde rawé (een soort slingerend mos die aan bomen hangend groeien). De deken, het matrasovertrek  en de kussensloop werden van bloemzak (zakkah gandom of wel in het Surinaams Blongsaka) gemaakt. Maar ondanks de bittere armoede leken de Javanen in het dorp een gelukkig bestaan te leiden. Het dorp ziet er altijd keurig onderhouden uit. Door de inzet van de gotong royong en de sambattan door de Lurah wordt dit gerealiseerd.

 

Het begin

De basis werd toen ik zes was gelegd op de Openbare School (OS) te Kampong Baroe. Het was de enige school. Door (waarschijnlijk) het tekort aan school lokalen en leerkrachten werd ik met anderen buiten geplaatst onder het balkon van het schoolgebouw. Van de buitenklasse kan ik me nog de namen van Paul Kumarsing en Paul Gummels herinneren. De leerkracht van de naast gelegen klas hield ons in de gaten. De hoofdmeester was in die tijd de heer Janki. Als ik van school kwam at je soms de intip uit de pot die met water en zout wordt aangemaakt. Soms is er wel rijst over maar er was geen groente of er was ook geen kippenei en in dat geval bakte mijn moeder trassi en die at ik dan op. Dus al met al was voor mij een heel armoedige jeugd geweest. Desalniettemin ben ik daardoor niet verbitterd geraakt maar meer een gesterkt en sociaal mens geworden. Ik doubleerde ook een klas, waarschijnlijk was dat in de vierde klas. Het lijkt alsof ik in mijn lagere  school tijd achtervolgd wordt door het tekort aan leslokalen. Want ook toen ik in de zesde klas zat was er weer een tekort aan leslokalen. Waarschijnlijk was mijn geboorte jaar 1952 in het dorp een babyboom geweest. Door de gotong royong en sambattan door de dorpelingen twee leslokalen van boomstammen en pinabomen opgetrokken gebouw aan de school geschonken. Een uniek concept. Ik doorliep in plaats van de zes klassen, zeven klassen. De zevende klas heette dan de examenklas. Ik bevind mij nu in het jaar 1966 op de OS. Uniek was dat in dat jaar was dat, de OS Kampong Baroe 100 procent geslaagden telde. Ik startte met 36 punten (een voor 9 rekenen, 9 voor taal, 9 voor aardrijkskunde en een 9 voor geschiedenis), er waren ook jongens bij die het maximale aantal 40 punten behaalden (één van was Willem denk ik, want hij sloeg al een klas over). Eigenlijk ben ik ook al bejaard(14 jaar oud) voor dat ik op de middelbare school terecht kwam. De meesten waren 12 jaar (zes+zes) als ze naar de middelbare school gaan, denk ik. Voor het behaalde 100% resultaat hulde aan meneer Zegelaar Hoofd van de school en meneer Headley meester van de zevende klas. Van beide heren kregen we in de avond uren prive les. Ik heb een keer de lessen gemist en meneer Haedley kwam me na les thuis ophalen. Ik kreeg van hem met een pak slaag. OS Kampong Baroe behaalde  waarschijnlijk een jaar later weer 100% score. Daarna werden de twee heren overgeplaatst op een andere school. Door dit resultaat waren de ouders zeer blij, maar ze hadden wel een probleem bij. Behalve het probleem dat velen van de ouders het niet breed hadden was het feit dat zij hun kinderen moesten loslaten. Zo togen Paidjo, Alip, Basiroen, Evert, Aris, Hendrik, Willem en Ramdath richting het internaat Siswa Tama. Van de geslaagden kan ik me geen meisjes herinneren die naar Siswa Tama gingen.

 

Gedragsverandering

Een nieuw fenomeen was dat de ouders over het algemeen gewend waren dat de kinderen die zesde klas doorliepen meteen op zoek gingen naar werk in de buurt of in de stad of thuis bleven of gingen trouwen. Nu leerden de kinderen door. Sommigen van de ouders waren nog bezig met Mulih Jawa ook mijn ouders hadden dit. Doorleren was nog geen gemeengoed op dat moment, behalve het feit dat eerder het OS weinig geslaagden afleverden voor het vervolgonderwijs. Misschien heeft de 100% geslaagden duidelijjk gemaakt dat zij niet dom waren zoals ze altijd werden voorgespiegeld. Van ouderlingen in het dorp heb ik me laten vertellen dat hun ouders eerst bij de heer Soemita gingen voor advies of zij hun kinderen verder lieten doorleren. Helaas waren de adviezen altijd zeer negatief geweest. Zij kregen te horen dat hun kinderen liever in de lanbouw moeten gaan.

 

Keuze op Siswa Tama

Voor de Kampong waren kang Dalimin en Kastiman (neven van elkaar) en kang Samsimin (Hendrik) en  joe Samsijem (Jetty) eigenlijk onze pionier voor wat betreft de keuze van ouders voor Siswa Tama internaat. Zij waren ons drie of vier jaren voorgegaan. De keuze van de ouders was waarschijnlijk niet zo moeilijk geweest. Het feit dat een deel van de Javaanse gemeenschap van Kampong Baroe lid waren van de EBG-gemeente lag deze keuze van Siswa Tama internaat voor de hand denk ik. Dat het voor de ouders in die tijd moeilijk was om hun kinderen in de stad te laten doorleren kan waarschijnlijk ook verklaard worden over de keuze van Ramdath ouders als een Hindustaanse familie voor het Siswa Tama internaat koos.

 

Mijn periode op Siwa Tama

Het behalen van hoge cijfers was nog geen garantie voor een succesvol studiejaar aan de Graaf von Zinssendorff muloschool, vandaar dat mijn periode zeer kortstondig was, 1966-1967. Het lag niet aan het gebrek aan intelligentie maar waarschijnlijk meer aan de motivatie en de gedwongen sfeer die er in het internaat heerste. Daarnaast is het voor een plattelandsjongen, die ontrukt is uit de vertrouwde omgeving, moeilijk om te wennen aan het stadsleven. Maar kan ook gelegen hebben aan het feit dat ik niet gewend ben aan structuur. Siswa Tama heeft geen schuld aan mijn eigen falen, die heb ik zelf in de hand ook al ben je op dat moment niet ervan bewust.

 

Maandelijks kreeg je 5 gulden zakgeld en daarmee moet je het doen. Daarmee moet je visa versa de bus betalen, je consumptieve bestedingen bekostigen, en ook de wekelijkse collecte gelden besteden, vandaar de steentjes en het laten rinkelen van de collectezak of je hand gebald diep in de zak stoppen. Kwam op kamer zes terecht: Alip, Aris, Basiroen, Emid, Evert, Hendrik, Jan, Lino, Moedjimin, Paidjo, Paimin, Pariman, Ramdath, Soegrimoen, Soekimin en Willem, kan zijn dat ik namen ben vergeten.

 

Ik herinnerde me nog dat de vader van één van de meisjes tengevolge een ongeval bij de bouw van de nieuwe markt verongelukte. Verhalen doen de ronde dat een betonnen trap op hem was ingestort. Een kranten bericht uit die tijd zou deze gebeurtenis kunnen bevestigen. Als nog mijn condoleances aan de getroffen persoon en familie. Ook werd in dat tijdsbestek Agadier in Marokko getroffen door een aardbeving. Tijdens een vakantie met mijn gezin een aantal jaren terug zag ik de gevolgen van die aardbeving. Het heeft op mij een diepe indruk achtergelaten.

 

Tijdens het eten zat ik op eerste rij samen met de grote jongens;Toemidjan, Soekardjo, Raboen, Selo, Marjadi, kang (ja repect hoor) Herman, Raman en Dalimin. Tot woede van de grote jongens schepte ik tijdens het gebed al voor de tweede keer op want als kleine jongen tussen de grote krijg je geen kans. Ik weet niet meer wie, probeerde me af te straffen door een pot ananas jam, kan Toemidjan zijn geweest, op mijn bord leeg te schenken. Ik kan de aanleiding daartoe niet meer voor de geest halen; waarschijnlijk heb ik tijdens het gebed de guavejam(door siswa zelf gemaakt bekend als gelei) al leeg geplunderd had of de toespijs van (waarschijnlijk)champignon met uitjes.

 

De jongens uit Commewijne namen altijd na een maandelijks weekend altijd eten mee. Verse sambel goreng iwa malem met rijst, adoh yan enak samasekali. Wah ngetjes aku saiki wong! Uiteraard worden soms de kasten waarin na het weekend het eten lag opgeborgen opengebroken.

 

Ik spijbelde heel veel: Op Palmentuin konden we onze tassen in een holle tamarinde boom verbergen. Ik werd een keer op de Palmentuin door een politie agente wegens het spijbelen opgepakt, maar gelukkig kon ik me met een smoes vrij pleiten door te zeggen dat ik een vrij uurtje had. Ze keek naar haar horloge en het was zo rond 12 uur in de middag waardoor ze waarschijnlijk tot de conclusie kwam dat mijn verweer heel aannemelijk klonk.  Niet alleen in de Palmentuin, maar bij Emid zijn zus (haar nooit gezien) thuis (in mijn herinnering bijna op de hoek van de Keizerstraat en Watermolenstaart op een prassie oso, niet ver van voormalige Vervuurts Bank). Blauwgrond, Clevia, Purmerend, Leonsberg, Nieuw Amsterdam en Tamanredjo waren onze zwerf plekken tijdens het spijbelen.

 

Ook het verboden TV kijken, ondanks dat hij achter slot en grendel was beveiligd, was een activiteit. Kwam er even een eind aan toen we ontdekt waren. Maar daarna ging het gewoon door. Het waren vooral de muziek programma’s waarschijnlijk “shindiq” in die tijd die veel bekijks kregen. Een geheimagent film Get Smart was ook een van de meest bekeken TV-movie. ‘s-Nachts manja (manjaboom bij kippenhok) plukken, totdat de honden er lucht van kregen. Maakte doodsbenauwde uren in de boom want de zoon van dominee Erné kwam met een flashlight poolshoogte nemen. Ik heb me als zodanig in de boom vastgeplakt. Nadat de zoon en de honden van pak Erné weg was, klauterde ik van de manja boom af richting kamer 6. Achteraf gezien in het donker een zeer gevaarlijke actie geweest.

 

In de avond uren uit het internaat vluchten om vrijende paren op de Palmentuin te betrappen. Er waren ook grote meisjes van het internaat die op de Palmentuin vrijden, waarschijnlijk degenen die avondsstudies doen. Aan de avond uitstapjes kwam er een einde toen ik bij de Grote Combéweg ter hoogte van het gerechtsgebouw door de zoon van dominee Ton Erné werd ontdekt. Hij was op zijn Lambretta scooter meen ik te herinneren. Van hem moest ik een stelopdracht maken wat er zaterdag avond op tv te zien was. Gelukkig was informatie vergaring over welke programma’s op de tv werden vertoond voor mij al belangrijk in die tijd, want anders kon ik het wel schudden. Ik was waarschijnlijk degene die Slamet Bosarie in het gastenboek bedoelde over een opstel opdracht waarin wordt gezegd dat ik door de duivel was verleid. Ja soms moet je zeggen wat anderen graag wil horen natuurlijk. Dat is ook een strategie.

 

De angst wekkende gebeurtenis dat mij op een (film)avond overkwam vond plaats aan de Wulfinghstraat (bij de Louiseschool) enkele tiental meters van de brug over Sommelsdijkse kreek vandaan. Bij de laatste opening van dat gigantische houten gebouw kwam op een avond na een dergelijk zwerftocht boven op de houtendeur een zwarte(kleine neger jongen geschat op ongeveer 4 a 5 jaar oud) gedaante tevoorschijn. Ik rende vanaf dat punt onafgebroken zwaar hijgend tot aan de kerkpoort om zo het internaat te komen. Vlak naast dat houten hek was een garage voor de lijkenwagen. Vanaf toen was de route Wulfinghstraat uiteraard gemeden. Wulfinghstraat werd alleen genomen om van school naar huis (internaat) te gaan.

 

Naar het voorbeeld van de film Gets Smart had ik golgate op de sloten van de kasten van anderen gesmeerd. De beheerder (naam ben ik kwijt, was een Hollandse man) heeft me op de kraag gevat en van hem moest ik 100 regels opschrijven: Ik moet na de avondzegen in bed blijven liggen om te slapen tot de volgende ochtend wakker worden om naar school te gaan. Toen kwam mang (weer respect) Poniman. Van mang Poniman jat ik voor Emid en andere rokers White OX tabak. Waarschijnlijk door mijn gedrag werd ik in de studiezaal naast hem geplaatst.

 

Tijdens een middagrust ontstond er herrie. De aanleiding daarvan kan ik me niet meer herinneren. Ik werd door dominee Wongso bij de kraag gevat en moest die middag op het grote balkon aan de achterzijde van zijn verblijf door brengen met een Indonesisch boekje “Kantjil” . Wel moest ik doorgeven, als er weer herrie was, wiens stem het was. Uiteraard hoor je niemand meer. Af en toe klonk er weer rumoer en als meneer Wongsodikromo vroeg mij wiens stem dat was. Ik antwoorde dat het te onduidelijk was om het te kunnen achterhalen wiens stem het was of zou zijn. Uiteraard weet ik wie het op dat moment herrie maakte. Na het verhaal van kantjil (Kantjil dongengan tjara Jawa) gelezen te hebben kon ik weer naar de kamer.

 

Waarschijnlijk door al mijn slechte gedrag kwam er niets terecht van de middelbare school. Na dat ik mijn rapport ontvangen heb ben ik eigenlijk uit de school gevlucht door uit het raam (misschien 3 meter hoog) te springen. Mijn klas lag direct aan de Gravenstaart.  Ook uit het internaat ben ik min of meer anoniem de benen genomen, want ik zei de heer Wongsodikromo ook geen gedag. Hij kwam vlak voor het schooljaar begon thuis. Ik was op dat moment gras aan het maaien/wieden en hij vroeg mij of ik verder naar school wou. Mijn antwoord was toen als een ieder naar school gaat er niemand overbleef die aan landbouw deed. Hij was woest op mij, ik ken hem als iemand die geen tegenspraak accepteert.

 

Kampong Baroe, Smalkalden en Commissaris Simonspolder

In de periode dat ik naar mijn kampong terugkeerde ging ik vaak met grote jongens van het dorp om o.a. Kastiman. Kastiman was min of meer de aanvoerder. We haalden vaak kwajongens streken uit: Bijna één keer in de week gingen we in de avonduren onder een bamboe boom barbecuen met gejatte kippen van omliggende buren. In 1992 toen ik in Suriname was bij het overlijden van mijn moeder sprak één van mijn buren mij aan dat hij het wel altijd wist wie de kippen hadden gejat en waar de barbecue avonden werden gehouden. Ik heb die buurman mijn excuses aangeboden en die heeft hij ook aanvaard. Als ik nu voor mijn familie iets stuur stuur ik hem ook geld voor hem op. Hij schrijft me dan ook dank brieven terug. Dit doe ik niet om mijn fouten af te kopen, maar meer om het feit dat je ook ouderen die minder bedeeld zijn moet omkijken. In mijn gelukkige jeugd jaren waren deze oudjes ook een onderdeel van mijn omgeving. Bij mijn 25 jarige jubileum heb ik mijn directie gevraagd de gelden die voor mij gereserveerd worden om met collega’s een feestje te bouwen aan mij contant uit te keren met als doel dat ik vele ouderen van dagen in Suriname ermee zou kunnen helpen. Ik heb van dat geld meer dan veertig ouden van dagen op Kampong Baroe geld gegeven om ermee goederen van het eerste levensonderhoud  aan te schaffen. Voor een Javaanse bejaardenhuis op La Vigilantia heb ik eerste goederen van levensonderhoud verstrekt. Kang Dalimin vormde meer als mijn vismaat. Ook als ik nu naar Suriname gaat.

*****************************No drugs *******************************

Enkele jaren later maakte ik  kennis met een latere Siswa Tama ganger die samen met Boele of met Toemidjan op Commissaris Simonspolder uit logeren was en bij die gelegenheid zei hij dat van mijn naam eerder gehoord had.

 

Nadat de school was begonnen ging er vier maanden aan voorbij toen ik tot de inkeer kwam dat thuis zitten geen zoden aan de dijk legt. Ik schreef me in op een ULO school te La Vigilantia. Ik kwam tot mijn stomme verbazing in de tweede klas terecht en dus ook meteen in een examen jaar. Binnen dat paar maanden school heb ik gelukkig mijn ulo diploma. Slaagde ook voor de toelating tot de technische school, maar nooit geweest. Na de ulo werkte ik als koffie plukker op plantage Waterland. Deze ervaring wil ik nu achteraf gezien niet missen. Met dat inkomen kocht ik schoenen en kleding by Ready Tex. Ik ging weer naar mijn dorp en kon bij een houtzagerij werken als sjouwer. In 1971 trad ik in de militaire dienst, waarvan de ruime meerderheid van de groep van 16 die de coupe pleegde tot mijn jaargenoten waren. Ik had mijn beurs om te studeren aan de Koninklijke Militaire School te Breda gelukkig afgezegd, want anders had ik misschien ook bloed aan mijn handen gehad. Na mijn militairendienst werkte ik als verkoper bij detail/groothandel HJ de Vries, daarna bij het ministerie van Economische Zaken als prijscontroleur. Ik volgde in die periode de cursus Elementaire Statistiek en voor heel Suriname was ik de enige geslaagde. Kaniman Pasiran, ook een oude SiswaTama,  was als een van de geslaagde maar dan voor diploma Algemene Statistiek. In Suriname was toen in een hand te tellen die zulke diploma’s hadden. Door het behalen van de statistiek diploma werd ik door mijn docent aangetrokken om bij het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) te werken. Ik ontmoette bij dat bureau Kaniman. Ik volgde intern bij dat bureau ook de statistiek opleiding ook samen met Kaniman. Voor die opleiding slaagde ik ook als beste. Volgde kort daarna een international course on statistics van de organisatie van Amerikaanse Staten. De benoeming tot afdelingshoofd van de bevolkingsstatistieken volgde kort daarop. Kaniman werd ook tot hoofd van de afdeling economische statistieken. Gaf ook intern statistiek les en aan cursisten van ministerie van Volkshuisvesting. Nam als rijksgecommitteerde ook examen af. De honger om te studeren kon ik niet stillen. Ik schreef me in aan de Juridische Universiteit van Suriname, maar rechten studie lag mij niet.

 

Politiek

Voor de coupe was ik actief in de politiek als kader lid. Mijn keuze viel op Pendawa Lima. De keuze op deze partij was meer ingegeven omdat de leiding jongeren toe lieten. Niet wetende had ik achteraf gezien van de lidmaatschap last ervan gehad. Maar het kan ook mijn militiare verleden zijn geweest die hierbij een rol speelde. Ik kreeg een keer geen visa om naar Paramaribo af te reizen, terwijl ik min of meer een jaar eerder had geboekt voor een vlucht in de zomer. De reisburau begreep de weigering ook niet. Gelukkig werd voor mij en een dag voor vertrek kon ik mijn visa zelf in Amsterdam ophalen.

 

Nederland en cultuurschok

Ik ben op 28 maart 1980 net na de sergeantencoupe naar Nederland vertrokken. Op schiphol werd ik vijf uren vastgehouden omdat ik geen visum had. Uiteindelijk mocht ik het land in omdat ik bij de ondervraging gezegd heb dat ik op vakantie was. Daarnaast had ik genoeg contanten om 28 dagen hier te blijven. Mensen die bij de ondervraging gezegd hebben dat ze werk gingen zoeken mocht met de terug vlucht naar huis (suriname). Ik ben eigenlijk naar Nederland gekomen om verder te studeren, maar het werk(levens)omstandigheden hier was zwaar dat van mijn studie niets van terecht is gekomen. Toen ik hier kwam kwam op Scheveningen terecht, had al een kamer geregeld toen ik in Suriname was. De eerste cultuurschok maakte ik op weg van schiphol naar Den Haag. We reden op de A44 en vroeg aan degenen die mij ophaalden waarom alle bomen dood zijn. De tweede schok was toen er stuif sneeuw viel. Een collega bij de Shell waar ik werkte zei tegen mij toen ik op het werk aan kwam dat ik zeker voor het eerst sneeuw zag. Ik verwachtte grote sneeuwvlokken (tekening uit onze taalboek) dat ik geen sneeuw zag, niet wetende dat er verschillende sneeuw soorten waren: natte sneeuw, stuifsneeuw en sneeuwvlokken. Ik veronderstelde op een dag toen ik vroeg smorgens uit huis kwam dat er zout (pekel) gestrooid was. Bij de voordeur vroeg ik al wat zijn de Nederlanders toch gek om zout op de daken van auto’s te strooien. Ik vroeg toen op het werk aan collega’s of ze nu al zout gestrooid hadden en op de daken van auto’s  terecht kwamen. Ze zeiden me toen nu voor het eerst dat er op daken van autio’s pekel strooien. Het blijkt achteraf sneeuw te zijn. Ik zag ook autochtone Nederlanders op het plantsoen schoffelen en harken, en op dat moment dacht ik hoe kan dat? In Suriname zijn de Nederlanders toch doktoren, ingenieurs of lieden met top banen.

 

Leven en Werken

In Nederland kwam ik te werken bij de Shell Nederland Informatie verwerking op de afdeling automatisering. Door een slechte ervaring met een collega verliet ik de Shell en kort daarna werkte ik bij de Sociale verzekeringsraad (SVr), een instantie die de uitvoeringsorganen zoals het GAK controleert, op de afdeling statistiek. De overgang van de Shell naar SVr betekende ook minder functie en minder betaald in vergelijking met collega’s met de zelfde diploma’s. Loon daalde van 3400 gulden naar 1836 gulden in de maand. Dat is iets meer dan een minimum loon, terwijl ik al 28 ben. Later is het wel goed gekomen, maar het moraal van het verhaal ligt hierin; als alochtoon moet je toch twee keer bewijzen voordat je die waardering eindelijk krijgt. Deze stellingsname heeft niet met discriminatie te maken, maar ligt meer besloten in vooroordelen is mijn inziens. Dit fenomeen speelt niet alleen in Nederland, ook in Suriname waar de Javanen niet voor vol worden aangezien. Bij deze instantie werkte ik mee aan vele onderzoeken over de sociale zekerheid. Deed bedrijfskunde studie aan de HTS van Den Haag, de cursus wetenschappelijk rekenen A, maar er kwam van al die studies niets van terecht. Wel behaalde ik een aantal cursusmodules methoden en technieken van sociaal-wetenschappelijk onderzoek aan de Open universiteit. Daarnaast behaalde ik het post hbo diploma accountancy. Na ruim 20 jaren sociale zekerheid was ik op eigen verzoek gedetacheerd bij de Stigas arbodienst. Bij deze organisatie heb ik veel onderzoek gedaan naar arbeidsomstandigheden in de agrarische sector. In Bedrijf & Organisatie, Tuin & Landschap 6, 1999, publiceerde ik samen met een stafarts een artikel over Rug en psyche. Twee jaar geleden werd ik, na drie jaren detachering, door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gevraagd of ik bij het Bureau in dienst wilde komen werken, en dat heb ik gedaan. Het is een organisatie waar ik vanaf 1980 toen ik uit Suriname kwam graag wilde werken maar nooit was gelukt. Aan het einde van mijn carrière lukte het wel dat ben ik blij om. Wel moet ik financieel wat bijleggen. Maar mijn ouders hebben me altijd geleerd, met deze spreuk: niet wat je krijgt is belangrijk in het leven, maar belangrijker is de vraag wat je ermee kan doen met wat je krijgt! Ook belangrijk waar je werkzaam bent zijn de omgevingsfactoren: naaste collegae’s, plezier in je werk en nog veel meer. Bij het CBS publiceer ik in webmagazine (via google.com: tik in Mangoenkarso) korte artikelen over de Nederlandse economie. Het laatste certificaat van de cursus Theory and Practice of Regional Accounts ontving ik in Luxemburg in 2003 van de European Statistical Training Programme of Eurostat. Ik werk nog steeds met veel plezier bij het CBS.


Publicatie over Javanen

In mijn vrije tijd doe ik als tijdvulling onderzoek in samenwerking met het Nationaal acrhief naar onze ouders of voorouders. De basis hiervan vormt de Historische database van de Javanen. Bij dit onderzoek word ik bijgestaan door mijn dochter en collega’s en ex collega’s. Tot heden liggen er twee onderzoeken in concept klaar. De eerste 94 Javanen in Suriname en met de s.s Voorwaarts naar Suriname, een rampspoedvaart. De resultaten of samenvattingen publiceer ik in o.a. www.javanen.myweb.nl en bij het www.nationaalarchief.nl/suriname/. Dat ik zelf dit onderzoek ter hand had genomen kwam ik ook in conflict met Universiteit van Suriname en Amrit uitgeverij. Maar gelukkig is de tij gekeerd. Het onderzoeksvoorstel in het tijdschrift OSO aangekondigd. Ik overweeg nu om deze resultaten in een kleine oplage te publiceren. Lui ik nodig jullie uit om over de geschiedenis van onze ouders of voorouders te lezen.

 

Terugblik

Ik ben niet trots op voor wat ik aan kwajongensstreken in mijn jeugd jaren heb uitgehaald. Maar het behoort tot mijn levenservaring die ik niet kan weg poetsen. Gedane zaken nemen geen keer zou menigeen zeggen. De diepe armoedige situatie waarin ik in mijn jeugdjaren verkeerde en die ik grondig heb beleefd en de kwajongens streken die ik heb uitgehaald heeft mij als mens gemaakt dat ik van kleine dingen heb leren waarderen en mij heeft geleerd beter keuzes te kunnen maken tussen goed en slecht. Ik ben daardoor als een tevreden mens gevormd. Ook een mens geworden dat zijn grenzen steeds heeft verlegd, maar niet naar het ultieme doel om meer te hebben. Want niets is zo vergankelijk als aardse goederen. Positief blijven denken, zou je kunnen samenvatten. Maar miscchien gedreven door de onderschatting van je omgeving. Ik had een heel gelukkige jeugd ondanks de prangende armoede die ik meegemaakt en aan de lijve had ondervonden heb. As ik nu terugblik wil ik die ervaringen voor geen millimeter willen missen. Het heeft mij gevormd zoals ik nu ben. De bijdrage van Siswa Tama in mij is dat het mij onafhankelijk heeft gemaakt. Verder ben ook zeer verheugd dat velen onder de Siswa Tama gangers en nog tal van andere internaten bijdroeg aan de maatschappelijke doorbraak onder de Javanen. Het is pas halverwege de zeventiger jaren dat de Javanen hun kinderen verder lieten doorleren. Hierdoor ebt de onderschatting van de Javanen in Suriname langzamerhand wat weg. Kort gezegd vormde Siswa Tama voor een deel van de Javaanse gemeenschap als een springplank naar de maatschappelijke toekomst. Het doet me vooral deugd als ik nu in Suriname en ook hier in Nederland zie hoe mijn Volk het maatschappelijk goed scoort. Ik zie me zelf meer als een self made man ook als ik mij bedenk dat mijn vooropleiding zeer fragiel is. Ja, wat zegt nu een Ulo diploma. Mijn filosofie is geloof in je eigen kunnen. 

 

Ik ervaar dat ik naarmate ik hier in Nederland langer blijft als mens een gespleten ziel hebt in die zin dat als ik hier ben ik heimwee heb naar mijn geboorte land terug te gaan en wanneer ik drie weken in mijn land van geboorte verblijf ik weer naar huis wil. Ik heb het gevoel dat ik steeds onderweg ben.

 

Van de mullih Jawa: Mijn ouders en voorouders hebben Suriname niet meer kunnen verlaten om families in Indonesia te ontmoeten of te zien. Ik kan de pijn in de ogen zien toen ze bejaard werden. Waarschijnlijk het besef dat ze hun dierbaren, in hun arbeidszame leven altijd waren verdrongen, missen. Nu begrijp ik de interpretatie van het lied “Semut Ireng” waarmee mijn vader mij elke avond die me in slaap neuriede. Gelukig heeft mijn vader wat namen doorgegeven waadoor ik samen met mijn zoon (mijn dochter heeft het aanbod afgezegd) voor mijn ouders de familie leden in Indonesia heb kunnen achterhalen. En in Yogyakarta voelde ik me zodanig thuis (het gevoel dat ik na zoveel jaren weer thuis kom) dat ik mijn voorgenomen rondreis door Indonesia heb moeten staken. Yogya doet mijn jeugd jaren herleven. Ik observeerde handelingen van mensen: de wijze hoe ze lopen (soms lembehan), hoe ze zitten (metongkrong), haardracht (gelongan), de taal, soms lijken ze op mijn buren, vrienden of neven en nichten. Ook de gebruikelijke leefregels zie ik terug: andap asor, waspada eling, rukun, sabar.

 

Verder vind ik het jammer dat geen van de Javaanse politieke leiders in Suriname ooit heeft opgeroepen te stimuleren dat Javanen hun kinderen door laten leren. Daarom mijn verzoek aan alle tukan Siswa Tama en al mijn Javaanse broeders dat ze hun kinderen of klein kinderen aan te sporen om verder te leren. Het hoeft niet zo te zijn dat 100% de top behalen, maar als één op de drie wat bereikt dan heb je al de basis gelegd voor de verdere succes van onze Volk. Dus investeer in je kinderen en kleinkinderen. Denk niet alleen aan je zelf of aan zelfverheerlijking.

 

Waspada eling: Onze ouders of voorouders hebben Negara Jawa verlaten met de gedachte om er beter te hebben of worden, evenals wij kinderen van contractarbeiders of de nazaten die naar Nederland vertrokken zijn streefden het zelfde doel na met het verschil dat we niet onder valse voorwendselen waren vertrokken en zelf een eigen keus konden maken. Ook de terugreis is voor ons niet een zodanige beletsel meer, terwijl voor onze ouders of voorouderen dat wel het geval was. We hoeven nooit te wachten op een boot die nooit kwam aanmeren om terug te kunnen. Grijpt de gelegenheid, misschien als het hier moeilijk wordt om zo weer verder af te reizen naar een ander land maar dan wel met een goede bagage met zich mee brengend. Misschien voor de afronding van de cirkel dat ooit onze klein klein kinderen de weg naar Indonesia hervinden!

 

Ayo adjine wong Jawa di ankat!

Siswa Tama dank ik het bijzonder voor de bijdrage:

van mijn weg naar mijn zelfstandigwording!

 

P.P.Mangoenkarso, 26102004

 


 

  


 

 

 

  | Historie | Foto'sAgenda | Gastenboek | Contact | Links |

 
MENU

Contact

 


Over deze site
Teksten en foto's op deze website zijn ingezonden door oud leerlingen van
Siswa Tama.


© 2004 Siswa Tama



 

 

© 2004 Siswa Tama

Laatste wijziging op: 08-03-2010 13:19